Taking too long? Close loading screen.
Home / engelse woorden / Cass. 15 mei 2014 ERC 753

Cass. 15 mei 2014 ERC 753

/
/
143 Views

Hof van Cassatie van België
Arrest
Nr. C.13.0552.N
1.
TEGELBEDRIJF DEVOS bvba,
met zetel te 8500 Kortrijk, Koning Leo-
pold I-straat 22,
2.
RAMO bvba,
met zetel te 2930 Brasschaat, Bredabaan 317,
eiseressen,
vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bi
j het Hof van Cassatie, met
kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3,
waar de eiseressen woon-
plaats kiezen,
tegen
1.
BELGISCHE STAAT,
vertegenwoordigd door de Vice-eerste minister en
minister van Landsverdediging, met kabinet te 1000
Brussel, Lambermont-
straat 8,
verweerder,
15
MEI
2014
C
.13.0552.
N
/
2
vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij
het Hof van Cassatie, met
kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraa
t 25, waar de verweerder
woonplaats kiest,
2.
Pascal KENSIER,
advocaat, met kantoor te 7500 Doornik, avenue des
Etats-
Unis 16/29, in zijn hoedanigheid van curator over h
et faillissement van Entre-
prises Generales de Construction Declerck nv,
3.
Pierre-Henri VAN BESIEN,
advocaat, met kantoor te 7700 Moeskroen,
Beau-Sitestraat 6-8, in zijn hoedanigheid van curat
or over het faillissement
van Entreprises Generales de Construction Declerck
nv,
in bindend en gemeenverklaring van het tussen te ko
men arrest opgeroepen partij-
en.
I.
RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van
het hof van beroep te Brussel
van 13 maart 2012.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 4 maa
rt 2014 een schriftelijke
conclusie neergelegd.
Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgeb
racht.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconclu
deerd.
II.
CASSATIEMIDDEL
De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan
dit arrest gehecht is, een mid-
del aan.
15
MEI
2014
C
.13.0552.
N
/
3
III.
BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1.
De appelrechters die oordelen dat de hoofdaannemer
Declerck geen tegoed
meer heeft op de bouwheer, de eerste verweerder, en
hieruit afleiden dat alle ande-
re argumenten en middelen van de eiseressen niet me
er dienend zijn of zonder
voorwerp, verwerpen en beantwoorden het bedoelde ve
rweer.
Het onderdeel mist feitelijke grondslag.
Tweede onderdeel
2.
Artikel 1298 Burgerlijk Wetboek bepaalt in het alge
meen dat geen schuld-
vergelijking plaatsheeft ten nadele van de verkrege
n rechten van derden. Hieruit
vloeit voort dat schuldvergelijking na faillissemen
t in beginsel uitgesloten is.
Het erkennen van de schuldvergelijking in de gevall
en waar er een nauwe samen-
hang bestaat tussen de schuldvorderingen, tast echt
er de regel van de gelijkheid
van de schuldeisers bij faillissement niet aan. Ald
us is in die omstandigheden de
schuldvergelijking mogelijk ook al zijn de voorwaar
den voor schuldvergelijking
eerst na het faillissement in vervulling gegaan.
3.
Krachtens artikel 1798, eerste lid, Burgerlijk Wetb
oek, hebben metselaars,
timmerlieden, arbeiders, vaklui en onderaannemers g
ebezigd bij het oprichten van
een gebouw of voor andere werken die bij aanneming
zijn uitgevoerd, tegen de
bouwheer een rechtstreekse vordering tot beloop van
hetgeen deze aan de aan-
nemer verschuldigd is op het ogenblik dat hun recht
svordering wordt ingesteld.
De bouwheer tegen wie een rechtstreekse vordering
wordt ingesteld, kan aan de
onderaannemer in de regel de excepties tegenwerpe
n waarover hij beschikt op
het ogenblik van het instellen van de rechtstreekse
vordering. Het recht op
schuldvergelijking met een schuldvordering die gegr
ond is op de onderlinge af-
hankelijkheid van de wederzijdse verbintenissen van
de partijen behoort tot het
15
MEI
2014
C
.13.0552.
N
/
4
wezen van de wederkerige overeenkomst, zodat zij be
staat vóór de wanprestatie
zelf en vóór de uitoefening van de rechtstreekse vo
rdering.
4.
De appelrechters stellen vast dat:

de hoofdaannemer Declerck aannemingswerken uitvoerd
e voor de Belgische
Staat;

de hoofdaannemer een beroep deed op de eiseressen a
ls onderaannemers;

de eiseressen respectievelijk op 25 juni 1999 en 12
september 1999 een
rechtstreekse vordering hebben ingesteld tegen de
Belgische Staat;

de hoofdaannemer op 13 september 1999 failliet werd
verklaard;

na het faillissement, de Belgische Staat overeenkom
stig artikel 20 van de Al-
gemene aannemingsvoorwaarden (hierna: AAV), maatre
gelen van ambtswege
heeft genomen en boeten heeft opgelegd wegens de la
attijdige uitvoering;

de Belgische Staat overeenkomstig artikel 7 AAV is
overgegaan tot compen-
satie met de aannemingsprijs;

ten gevolge van deze compensatie de hoofdaannemer g
een tegoed meer had op
de Belgische Staat.
5.
De appelrechters oordelen dat de exceptie van niet-
nakoming en het recht op
compensatie met de schuldvordering die voortvloeit
uit de wanprestatie, geacht
worden te behoren tot het wezen van de wederkerige
overeenkomst, zodat zij be-
staan vóór de wanprestatie en vóór de uitoefening v
an de rechtstreekse vordering
en dat de omstandigheid dat er geen vertraging was
vóór het faillissement en deze
het gevolg was van het faillissement zonder belang
is.
6.
Door op grond hiervan te beslissen dat de rechtstre
ekse vorderingen van de
eiseressen ongegrond zijn aangezien de hoofdaanneme
r geen tegoed meer heeft op
de Belgische Staat, verantwoorden de appelrechters
hun beslissing naar recht.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
Derde onderdeel
7.
Gelet op het antwoord op het tweede onderdeel kan
het onderdeel niet wor-
den aangenomen.
15
MEI
2014
C
.13.0552.
N
/
5
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseressen tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 1211,50 eur
o en voor de verweerder op
250,46 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van C
assatie, eerste kamer, samen-
gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de r
aadsheren Beatrijs Deconinck,
Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Koenraad Moens, en
in openbare rechtszitting
van 15 mei 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitt
er Eric Dirix, in aanwezig-
heid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met
bijstand van griffier Kristel
Vanden Bossche.
K. Vanden Bossche
K. Moens K. Mestdagh
A.
Smetryns
B. Deconinck E. Dirix

Cass. 15 mei 2014 ERC 753
Geef ons jouw stem!
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

It is main inner container footer text