Taking too long? Close loading screen.
Home / Engelse spelletjes / Vonnis van 13 maart 1986

Vonnis van 13 maart 1986

/
/
55 Views

Arbeidsrechtbank Brussel (12e k.), 13 III 1986

Zet.: Mevr. SCHEERE, voorz.; HH. D’HAEZE en LAMBRECHTS, rechters in soc. zaken.

Pleit.: MMrs VAN HOOGENBEMT loco CLAEYS en DE WILDE.

(A… t. R… X..)

 

De vordering strekt ertoe verweerster te horen veroordelen tot betalen van:

1) een aanvullende verbrekingsvergoeding 816.919 F,

2) een vergoeding wegens misbruik van recht 500.000 F,

Feiten.

Eiser was tewerkgesteld bij de b.V. ” H… C… ” per 23 juni 1981, eerst een jaar als ” software engineer “, dan als ” sales representative ” met verantwoordelijkheid voor het kantoor in Brussel.

Begin 1984 bracht R… X… een nieuwe ” Microcomputer 1619 bit ” op de markt; teneinde ” groei ” en ” succes ” te verzekeren, besloot zij een nieuw verkoopteam aan te werven; aldus verscheen een advertentie in de ” Gazet van Antwerpen ” van 21-22 januari 1984 voor ondermeer één national sales manager.

Of eiser hierop reageerde, een sollicitatie indiende ofwel dat hij door een ” head hunter ” gekontrakteerd werd, blijft een open vraag.

Alleszins heeft verweerster bij brief van 14 mei 1984 voorstellen geformuleerd tot in dienst nemen van eiser als ” office systems sales manager ” voor het nederlandssprekend taalgebied; hierbij wordt een proefperiode uitdrukkelijk uitgesloten.

Een geschreven ” arbeidsovereenkomst ” werd toegestuurd op 24 mei 1994; alhoewel in artikel 14 uitsluitend een ” vaste maandelijkse bezoldiging ” wordt aangestipt, blijft blijkbaar toch een ” kommissieloon ” voorzien in verhouding tot het bereiken of overtreffen van een gesteld zakencijfer (30.000.000 voor de periode van 1 november 1983 tot 31 oktober 1984, hetzij wat eiser betreft vijf/twaalfden hiervan of 12.500.000 F); eiser benadrukt in zijn brief van 7 juni 1984 dat nochtans het ” gegarandeerd kommissieloon ” van 20.000 F per maand tijdens de eerste vijf maanden van tewerkstelling voorzien in de oorspronkelijke aanwervingsbrief, verzekerd blijft.

Aldus kwam eiser in dienst van R… X… op 16 juli 1984; hij verliet zijn vorige werkgever op 15 juli 1984.

Tijdens een onderhoud tussen partijen , op 7 november 1984 deelde verweerster haar beslissing mede de arbeidsovereenkomst te beëindigen; dit werd bevestigd in een brief van dezelfde dag, waarin als ” reden ” wordt vermeld: ” onvoldoende aktiviteit en resultaten “; een kompenserende ontslagvergoeding van drie maanden salaris wordt aangekondigd, hetzij:

99.960 F x 13,85 x 3/12 = 346.112 F.

In rechte.

1. – De verbrekingsvergoeding.

Verweerster . heeft de arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigd zonder dringende reden.

Zij is ertoe gehouden, overeenkomstig artikel 39, § 1 van de wet op de arbeidsovereenkomsten, aan eiser een vergoeding uit te keren die overeenstemt met het lopend loon en de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende voordelen, over de opzeggingstermijn die zij had moeten in acht nemen.

Het basisloon.

Het basisloon dient begroot ais volgt:

– vast brutoloon per maand (niet betwist) 99.960 F, hieraan dient de 131 maand en het dubbel vakantiegeld toegevoegd (zie brief van 14 mei 1984), hetzij:

99.960 F x 13,85 = 1.384.446 F;

– gegarandeerd kommissieloon (zie brief id. en brief eiser 7 juni 1984), waaraan het dubbel vakantiegeld dient toegevoegd, hetzij:

20.000 F x 12,85 = 257.000 F; een ” dertiende maand ” te berekenen op het ” gegarandeerd ” of ander kommissieloon, is niet kontraktueel voorzien;

– voordeel bestaande uit het privé-gebruik van een personenwagen: de schatting van eiser op 6.000 F per maand, komt billijk voor; daar, evenwel dit ” voordeel in natura ” kontraktueel niet bepaald werd als integraal deel uitmakend van het loon, noch in speciën begroot werd, kan hierop geen vakantiegeld berekend worden, noch een dertiende maand; als bedrag per jaar kan dus slechts worden aangehouden: 6.000 F x 12 = 72.000 F;

In totaal bedraagt het basisloon per jaar 1.384.446 F + 257.000 F + 72.000 F = 1.713.446 F.

De opzeggingstermijn:

Om deze te betalen houdt de rechtbank rekening met:

– enerzijds de ancienniteit: 4 maanden,

– anderzijds de mogelijkheid een gelijkwaardige betrekking te vinden, zoals deze kan geëvalueerd worden op basis

– van de leeftijd: 36 jaar;

– de funktie: sales manager, en

– het loon: 1.713.446 F per jaar, alles inbegrepen;

– de ” bijzondere omstandigheden van het ontslag ” zijn in deze zonder invloed op de ” mogelijkheid een gelijkwaardige betrekking te vinden ” en kunnen dan ook niet in aanmerking genomen worden om de duur van de opzeggingstermijn te bepalen; wel kunnen zij eventueel een recht doen ontstaan op een bijkomende vergoeding wegens foutieve handelingen, zoals hierna zal worden besproken en beslecht.

Rekening houdend met gezegde kriteria, stelt de rechtbank de opzeggingstermijn vast op drie maanden.

De vergoeding die aan eiser toekomt bedraagt derhalve: 1.713.446 F x drie/twaalfden = 428.362 F

verweerster heeft betaald: 346.112 F

zij blijft verschuldigd: 82.250 F.

Dit deel van de eis is gegrond tot een bedrag van 82.250 F.

2. – De vergoeding wegens misbruik van recht.

Eiser stoelt deze vordering zowel op de culpa in contrahendo als het eigenlijk ” misbruik van recht ” bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Zoals onder 1. opgemerkt, komen hier in aanmerking de bijzondere omstandigheden zowel bij het sluiten als bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

Of verweerster al dan niet eiser ” weggelokt ” heeft, is van minder belang; feit is, dat zij niet alleen interessante arbeidsvoorwaarden voorstelde, welke de vorige werkgever, H… C…, niet kon verstrekken, doch dat het aanbod van tewerkstelling een (minstens ten dele) nieuw projekt betrof, en om de realisatie ervan te kunnen beoordelen, een periode van één jaar voorzien is, wat immers blijkt uit de termijn binnen dewelke het objektief moet gerealiseerd worden om de kommissielonen te berekenen; de moeilijkheid van meet af aan een resultaat te bereiken wordt nog onderstreept door het toekennen aan eiser van een gegarandeerd kommissieloon tijdens de eerste vijf maanden.

Eiser kon zich dus terecht bij het sluiten van de overeenkomst hebben doen leiden, niet alleen door het ” hoger loon ” maar ook door de overweging van een minimum tewerkstelling van één jaar om zijn ” kunnen ” te bewijzen. Hierbij dient vastgesteld, dat noch in de aanwervingsbrief noch in het kontrakt enige verplichting tot behalen van een bepaald resultaat opgelegd wordt; dat eiser meerdere periodes van studie moest doormaken; dat hem nooit opmerkingen werden gemaakt en tenslotte, dat de procedure van ontslag, door verweerster zelf voorzien bij een tewerkstelling van onbepaalde duur, niet werd toegepast.

Al deze feiten in aanmerking nemend, komt de handelwijze van verweerster bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst en het beëindigen ervan na slechts vier maanden, foutief voor.

De ” schade ” die eiser hierdoor lijdt en die onderscheiden is van deze geleden door de beëindiging als zodanig, kan naar billijkheid vastgesteld worden door enerzijds het verloren gaan van de ancienniteit bij de vorige werkgever verworven tot bekomen van zowel verbrekingsvergoeding als uitwinningsvergoeding, anderzijds het niet kunnen waar maken van een projekt waarvoor normalerwijze een periode van één jaar vereist was. De rechtbank is van oordeel dat een begroting van deze schadevergoeding op 500.000 F, zoals door eiser verricht, billijk is. Dit deel van de eis is gegrond.

Om die redenen:

DE RECHTBANK,

Rechtsprekende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Verklaart de overige onderdelen van de vordering gedeeltelijk gegrond.

Veroordeelt verweerster om aan eiser te betalen de som van: 82.250 F als saldo verbrekingsvergoeding, en van: 500.000 F als vergoeding wegens misbruik van recht.

Vonnis van 13 maart 1986
Geef ons jouw stem!
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

It is main inner container footer text