Taking too long? Close loading screen.
Home / Werkwoorden / Hulpwerkwoorden

Hulpwerkwoorden

Hulpwerkwoorden

to be – zijn

  • Bevestigende vorm
I am ik ben
you are jij bent, u bent, jullie zijn
he is hij is
she is zij is
it is het is
we are wij zijn
they are zij zijn
  • Ontkennende vorm

na het hulpwerkwoord volgt het woordje not:

I am not ik ben niet
you are not jij bent niet
he is not hij is niet
she is not zij is niet
it is not het is niet
we are not wij zijn niet
they are not zij zijn niet
  • Vraagvorm

Bij de vraagvorm verwissel je het onderwerp en het hulpwerkwoord van plaats:

am I? ben ik?
are you? ben jij?
is he? is hij?
is she ? is zij?
is it? is het?
are we ? zijn wij?
are they? zijn zij?

To have – hebben

  • bevestigende vorm


I have ik heb
you have jij hebt
he has hij heeft
she has zij heeft
it has het heeft
we have wij hebben
they have zij hebben
  • ontkennende vorm en vraagvorm

Hiervoor gelden dezelfde regeltjes als voor to be(zie hierboven).

Samengetrokken vormen

In vlot taalgebruik worden de hulpwerkwoorden to be en to have meestal vervormd:

to be to have
I’m I’ve
you’re you’ve
he/she/it’s he/she/it’s
we’re we’ve
they’re they’ve

Inhoudstafel

Werkwoorden

Hulpwerkwoorden
Present Simple
Present Continuous
Toekomende tijd
Past Simple
Present Perfect
Past Perfect
Voorwaardelijke wijs
Passieve vorm
Can en must
Onregelmatige werkwoorden


Hulpwerkwoorden
Wat vond je van deze pagina? Geef ons een rating!
image_pdfimage_print

3 Comments

  1. ik vindt het heel goed, om zo wat meer te leren van engels, als er meer is zou ik het graag via mijn email adres hebben bij voorbaat dank.

Leave a Reply to Iman Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

It is main inner container footer text