Taking too long? Close loading screen.
Home / Werkwoorden / Onregelmatige werkwoorden Engels

Onregelmatige werkwoorden Engels

Bij onregelmatige werkwoorden mag je de algemene regels voor de simple past en het voltooid deelwoord vergeten. Deze werkwoorden wijken hiervan af.

Deze verschillende vormen moet je gewoon vanbuiten leren. Er is geen andere optie. Na verloop van tijd blijven ze vanzelf in je hoofd zitten.

Overzicht onregelmatige werkwoorden

Hieronder een compleet overzicht van alle Engelse onregelmatige werkwoorden. Zoals je kan zien, zijn er soms ook werkwoorden die zowel een onregelmatige als een regelmatige vervoeging hebben. De regelmatige vervoeging hebben we er dan ook bij genoteerd. Indien er sommige dingen nog niet duidelijk zijn, laat het dan zeker weten in de comments onderaan!

Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Vertaling
Arise Arose Arisen Voordoen
Awake Awakened / awoke Awekened / awoken Wakker worden
Be Was/were Been Zijn
Beat Beat Beaten Slaan
Become Became Become Worden
Begin Began Begun Beginnen
Bend Bent Bent Buigen
Bet Bet Bet Wedden
Bind Bound Bound Binden
Bite Bit Bitten Bijten
Bleed Bled Bled Bloeden
Blow Blew Blown Blazen
Break Broke Broken Breken
Bring Brought Brought Brengen
Broadcast Broadcast Broadcast / broadcasted Uitzenden
Build Built Built Bouwen
Burn Burned Burned Branden
Burst Burst Burst Barsten
Bust Busted / Bust Busted / Bust Betrappen
Buy Bought Bought Kopen
Catch Caught Caught Vangen/halen
Choose Chose Chosen Kiezen
Cling Clung Clung Vastklampen
Come Came Come Komen
Cost Cost Cost Kosten
Creep Crept Crept Kruipen
Cut Cut Cut Snijden
Deal Dealt Dealt Delen
Dig Dug Dug Graven
Dive Dove / Dived Dived Duiken
Do Did Done Doen
Draw Drew Drawn Trekken/tekenen
Dream Dreamed / Dreamt Dreamed / Dreamt Dromen
Drink Drank Drunk Drinken
Drive Drove Driven Rijden/besturen
Dwell Dwelt / dwelled Dwelt / dwelled   Verblijven
Eat Ate Eaten Eten
Fall Fell Fallen Vallen
Feed Fed Fed Voeden
Feel Felt Felt Voelen
Find Found Found Vinden
Fling Flung Flung Smijten
Fly Flew Flown Vliegen
Forbid Forbade Forbidden Verbieden
Forget Forgot Forgotten Vergeten
Forsake Forsook Forsaken Opgeven
Freeze Froze Frozen Vriezen
Get Got Got / Gotten Bekomen/worden
Give Gave Given Geven
Go Went Gone Gaan
Grow Grew Grown Groeien
Hang Hung Hung Hangen
Have Had Had Hebben
Hear Heard Heard Horen
Hide Hid Hidden Verbergen
Hit Hit Hit Slaan
Hold Held Held Houden
Hurt Hurt Hurt Bezeren
Keep Kept Kept Houden
Kneel Knelt Knelt Knielen
Knit Knit / knitted Knit / knitted Breien
Know Knew Known Kennen/weten
Lay Laid Laid Leggen
Lead Led Led Leiden
Lean Leant / leaned Leant / leaned Leunen
Leap Leapt / leaped Leapt/ leaped Springen
Learn Learnt Learnt Leren
Leave Left Left Laten/ verlaten
Lend Lent Lent Lenen
Let Let Let Laten/ huren
Lie Lay Lain Liggen
Light Lit / lighted Lit / lighted Aansteken
Lose Lost Lost Verliezen
Make Made Made Maken
Mean Meant Meant Menen
Meet Met Met Ontmoeten
Mistake Mistook Mistaken Zich vergissen
Mow Mowed Mown Maaien
Pay Paid Paid Betalen
Prove Proved Proven / proved Bewijzen
Put Put Put Zetten
Quit Quit / Quitted Quit / Quitted Stoppen
Read Read Read Lezen
Ride Rode Ridden Rijden
Ring Rang Rung Bellen
Rise Rose Risen Opstaan
Run Ran Run Lopen
Saw Sawed Sawn Zagen
Say said said Zeggen
See Saw Seen Zien
Seek Sought Sought Zoeken
Sell Sold Sold Verkopen
Send Sent Sent (Ver)sturen
Set Set Set Zetten/plaatsen
Shake Shook Shaken Schudden
Shine Shone / shined Shone / shined Schijnen
Shit Shit / shat / shitted Shit / shat / shitted Schijten
Shoot Shot Shot Schieten
Show Showed Shown Tonen
Shut Shut Shut Sluiten
Sing Sang Sung Zingen
Sink Sank Sunk Zinken
Sit Sat Sat Zitten
Sleep Slept Slept Slapen
Slide Slid Slid Glijden
Smell Smelt / smelled Smelt / smelled Ruiken
Sneak Snuck / sneaked Snuck / sneaked Sluipen
Speak Spoke Spoken Spreken
Spell Spelt Spelt Spellen
Spend Spent Spent Uitgeven
Spill Spilt / spilled Spilt / spilled Verspillen
Spit Spat Spat Spuwen
Split Split Split Splitsen
Spoil Spoilt / spoiled Spoilt / spoiled Verspillen
Spread Spread Spread Sprijden
Spring Sprang Sprung Springen
Stand Stood Stood Staan
Steal Stole Stolen Stelen
Stick Stuck Stuck Kleven
Stink Stank Stunk Stinken
Stride Strode Stridden Strijden
Strike Struck Struck Slaan
Swear Swore Sworn Zweren
Sweep Swept Swept Vegen
Swell Swelled Swollen / swelled Zwellen
Swim Swam Swum Zwemmen
Swing Swung Swung Schommelen
Take Took Taken Nemen
Teach Taught Taught Onderwijzen
Tear Tore Torn Scheuren
Tell Told Told Zeggen
Think Thought Thought Denken
Throw Threw Thrown Gooien
Understand Understood Understood Begrijpen
Undertake Undertook Undertaken Ondernemen
Wake Woke / waked Woken / waked Wekken
Wear Wore Worn Dragen
Weep Wept Wept Wenen
Win Won Won Winnen
Wind Wound Wound Opwinden
Write Wrote Written schrijven

Onregelmatige werkwoorden Engels



Inhoudstafel

Home

Werkwoorden

Hulpwerkwoorden
Present Simple
Present Continuous
Toekomende tijd
Past Simple
Present Perfect
Past Perfect
Voorwaardelijke wijs
Passieve vorm
Can en must
Onregelmatige werkwoorden
Onregelmatige werkwoorden Engels
Geef ons jouw stem!
image_pdfimage_print

5 Comments

  1. Er is wel degelijk een regel: als een ww op een klinker met een w erachter eindigt is in het verleden tijd die klinker een -e geworden
    In het voltooid deelwoord plak je er gewoon een -n achter

Leave a Reply to tillie Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

It is main inner container footer text