Say of tell

Say of tell gebruiken

Fout: “She said me that she was happy.”

Juist: “She told me that she was happy.”

Tell betekent “informatie geven aan een persoon”. Tell (tegenwoordige tijd) en told (verleden tijd) worden altijd gevolgd door een persoon: me, you, him, her, them, the teacher, Mark, Jan, Marie,…

Say betekent “zeggen”: als je iets verteld, gebruik je “say”. Als je iets verteld aan iemand, gebruik je “tell”.

  • Mark says this website is great.
  • Mark told me this website is great.