Engels leren via nieuwswebsites

Wie is er niet graag op de hoogte van de actualiteit? Iedereen wil dagelijks meepraten over belangrijke nieuwigheden. Deze informatie kan je ook terugvinden in het Engels waardoor je op snelle wijze veel Engelse woordenschat kan bijleren. Waarom Engels leren via het nieuws? Je zal in aanraking komen met de Engelse taal zoals ze gebruikt […]

Advice en lose

   Advice / advise Fout: She adviced me to wear this outfit. Juist: She advised me to wear this outfit Advice betekent “een opinie over iets, een raadgeving”. Advise is een werkwoord met de betekenis “een raad geven aan iemand”. I miss the pieces of advice that mother used to give me. She always advised […]

Then of than

Wanneer then of than gebruiken? Then is gerelateerd aan de tijd. Je gebruikt het wanneer je verwijst naar een bepaald tijdstip of wanneer je verwijst naar een opeenvolging van feiten. Than gebruik je wanneer je een vergelijking wil maken. Fout: Your hair is longer then my hair. Juist: Your hair is longer than my hair. […]

Say of tell

Say of tell gebruiken Fout: “She said me that she was happy.” Juist: “She told me that she was happy.” Tell betekent “informatie geven aan een persoon”. Tell (tegenwoordige tijd) en told (verleden tijd) worden altijd gevolgd door een persoon: me, you, him, her, them, the teacher, Mark, Jan, Marie,… Say betekent “zeggen”: als je […]

Your of you’re

Wanneer gebruik je Your of You’re? Voor de oplossing moeten we kijken naar de juiste vertaling van deze woorden. “You’re” is een afkorting van “you are” en betekent dus “jij bent”. “Your“ is vrij vertaald “jouw”. Fout: Your my best friend. Juist: You’re my best friend. Deze fout wordt zeer veel gemaakt, zelfs door native […]

Need of need to

Fout: “I need eat something” Juist: “I need to eat something” Wanneer het woord “need” gevolgd wordt door een werkwoord, zeggen we “need to” in plaats van “need”. Wanneer achter “need” een zelfstandig naamwoord volgt, wordt er niets toegevoegd. I need a car. I need to take a bus.