Een veelvoorkomende grammaticavraag: Present Simple of Present Continuous?
- Present Simple (I work, you play, he runs) gebruik je voor feiten, gewoontes en regelmatige handelingen.
- I drink coffee every morning. (Ik drink elke ochtend koffie.)
- Present Continuous (I am working, you are playing, he is running) gebruik je voor handelingen die nu, op dit moment, aan de gang zijn of tijdelijk zijn.
- I am drinking coffee right now. (Ik ben nu koffie aan het drinken.)
Let op signaalwoorden:
- Voor Present Simple vaak: usually, always, often.
- Voor Present Continuous vaak: now, right now, at the moment.